verhalen

Wonder

Wonder 

Stel je voor dat er een wonder gebeurt. De gedachte werd abrupt omgezet in vertwijfeling, woede, spijt, een scala aan emoties die door mijn lijf gierden, toen ik in de deuropening van het IC kamertje stond en haar daar zo zag liggen. Ze was kaler dan ik, terwijl zij altijd een bos blonde krullen had en ik nog kaler was dan een biljartbal. Allerlei slangetjes overwoekerden haar lichaam als wortelen van een wurgplant die langzaam het leven uit haar zogen. Alleen het ritmische gepiep van een apparaat gaf aan dat ze leefde.
De hoop was al lang vervlogen. Onze wereld was ingestort op het moment dat de verschrikkelijke diagnose werd gesteld: longkanker, de sluipmoordenaar die zich traag als een dodelijk roofdier door haar heen verplaatste en samen met de medicijnen haar lijf verminkte tot een gezwollen kikker, die elk moment kon ontploffen. Ik wilde haar zo niet zien en toch moest ik bij haar blijven tot het einde. Ze zou hetzelfde doen.
Ik ging op het krukje naast haar bed zitten. Dit was mijn schuld. Ik was een kettingroker. Trees had mij zo vaak gesmeek te stoppen en dan antwoorde ik verontwaardigd: ‘Ach mens, geloof die doctoren toch niet. Gerookt vlees gaat langer mee. Mijn Opa is met al zijn gerook tachtig geworden.’ Had ik maar geluisterd. Wat wist ik nu van meeroken. Trees was degene met een zwakker gestel. Ze deed haar best met speciaal bio eten en vege nog wat, nou ja, dat zonder vlees.
Oh God, als ik de tijd terug kon draaien, als ik met haar kon ruilen.
Teder nam ik haar hand. Het kon elk moment afgelopen zijn. Ze reageerde niet meer op mijn aanraking. ‘Trees, als je mij kunt horen: ik houd van je, meid.’
Tranen vertroebelden mijn blik.
Plotseling werd alles donker.
Verdomme, nu niet in katzwijm vallen. 

Ik voel een warme hand om mijn hand. Een piepgeluid pulseert op het ritme van mijn hartslag. Een wazig beeld van blonde krullen verschijnt en een paar waterige ogen kijken mij aan. Trees? Er zit iets in mijn neus waar door zuurstof naar binnen stroomt. Geschokt besef ik, dat ik heb gedroomd en dat niet Trees, maar ik…
Het verstikkende gevoel wordt sterker. Ik voel mijn lichaam niet meer. Trees buigt over me heen en kust mijn voorhoofd.
‘Het is goed, John. Ga maar.’
Haar gouden lokken vervagen…