verhalen

Het leven is als een gedachte (Deel II-21)


Hendrik slaat een arm om hem heen. Hij wil iets zeggen, zoekt naar woorden ... maar dan komt Trijn binnen en vertelt hen dat ze denkt, dat Marchien in een soort van schemertoestand verkeert waarin ze wel ziet wat er gebeurt, maar dat dit haar niet meer raakt …
Jacob trekt zijn wambuis aan, hij gaat de vrouw halen die het kleintje zal voeden. Hendrik gaat met hem mee en Jantien volgt Trijn naar de slaapkamer om de kleine Hendrik te verschonen.
Eerst gaat ze naar Marchien, ze streelt haar gezicht en fluistert: ‘Blijf toch hier, we kunnen je niet missen.’ Marchien opent haar ogen, staart de verte in en sluit ze weer. Haar moeder komt binnen, gaat bij haar aan het bed zitten en blijft, samen met buurvrouw Sofie, de rest van de nacht waken.
Trijn haalt de bakermat van de muur en zet deze op de grond voor het haardvuur. Jantien heeft Hendrik al uit zijn wiegje gehaald en gaat met hem op een deken in de bakermat zitten. De mand en de warmte van het vuur beschermen het kleintje voor tocht en afkoeling.
Ze voelt het kindje bewegen, het is zo klein en wat zijn haar handen groot … Haar hart voelt ze heel snel kloppen, een gevoel van geluk overweldigt haar, voor dit kindje zal ze zorgen, altijd … Ze schrikt, kijkt naar Marchien, duwt haar gedachten weg en luistert naar de aanwijzingen die Trijn geeft. Ze verschoont de kleine Hendrik, bakert hem weer in en blijft met verwarde gevoelens met het kindje in haar armen voor de haard zitten.
Jacob en Hendrik komen terug met de vrouw die het kindje zal voeden. Ze gaat eerst een poosje voor het haardvuur in de woonkamer zitten om zich te warmen na de wandeling door de koude nacht. Pas als ze zelf en haar kleren goed warm zijn gaat de vrouw naar de slaapkamer.
Eerst kijkt ze even bij Marchien en neemt dan het kleine jongetje van Jantien over en gaat met hem in de bakermat zitten. Trijn praat zachtjes tegen de vrouw en slaat een deken om haar en het kindje heen, dat meteen gulzig begint te drinken.
Het is middag geworden, Arent en Maria zitten met grootmoeder Ziel bij Marchien. De chirurgijn en de dominee zijn geweest. Marchien ziet vlekkerig, de koorts neemt toe en haar ademhaling wordt onregelmatiger. De mensen om haar heen kijken machteloos toe…