verhalen

Flexgekte

Er zijn genoeg banen te bedenken waar de zalig verklaarde flexplek nooit zal gaan werken. Neem nou de vervoerssector. Zolang de zelfsturende auto niet is toegetreden tot ons wegennet is het niet wenselijk dat een buschauffeur tijdens de rit naast je op de achterbank plaatsneemt voor een gezellig praatje. Ook voor een chirurg lijkt flexen me lastig. ‘Wat hebben we vandaag? Een gebroken been of problemen in de hersenpan?’
Op kantoor ligt een flexibele benadering vaak wel voor de hand. Je kunt je afvragen waarom je elke dag per se op dezelfde stoel zou moeten gaan zitten. Toch word ik niet meteen wildenthousiast bij dat idee. Ik leg dat graag even uit.
Mijn scepsis heeft onder andere te maken met mensen die na de toiletgang de wastafel negeren. Zelfs voor acrobaten die de stoelgang met losse handen verrichten, maak ik geen uitzondering. Het blijft smerig en roept vraagtekens op.
Er zijn ook lui die de vegetatie in hun neus en oren regelmatig inspecteren. De daarbij opgemerkte onvolkomenheden fiksen ze meteen om vervolgens weer vrolijk verder te werken met ons gezamenlijke toetsenbord en de flexmuis.
En wat vindt u van het volgende verhaal? Vanwege de alom gewaardeerde bescherming van de privacy noem ik de hoofdpersoon Jansen. Dat kan geen kwaad. Vooral niet omdat hij in werkelijkheid Versteeg heet.
Jansen was ingenieur. Hij verdiepte zich in ingewikkelde projecten en voerde duizelingwekkende berekeningen uit. Hij draaide er zijn met zorg gesoigneerde hand niet voor om. Ja, u leest het goed. Jansen pakte elke vrijdagmiddag de nagelknipper uit het pennenbakje voor een kleine onderhoudsbeurt. Zo noem ik het knippen der nagels en het verwijderen van de kleverige resten eronder voor het gemak.
De vraag die bij de nieuwsgierige lezer opborrelt, kan bevestigend worden beantwoord. Ja, er was ook een grote beurt. Elke laatste vrijdag van de maand vond die plaats. De nagelknipper werd ter aankondiging ervan midden op het bureau klaargelegd, waarna Jansen zich met een lichte kreun bukte. Vervolgens gingen de schoenen en kousen uit. Eerst rechts, dan links. Begeleid door een iets luider gekreun legde hij een voet op het bureau. Zorgvuldig nam Jansen zijn teennagels onder handen. Dat er hier en daar stukjes ongecoördineerd wegsprongen was onvermijdelijk. Die waren voor de schoonmaakploeg. Niks aan de hand.
Eenmaal klaar veegde Jansen zijn bureaublad schoon. Zijn gewaardeerde handen wreef hij zorgvuldig aan zijn broek af. Als hij zichzelf daarna weer verloor in een of andere ingewikkeldheid, waren de meeste collega’s nog niet geheel hersteld van het spektakel. Het gekke was, niemand zei er wat van. Wat vast en zeker meespeelde, was de veilige vaste plek die iedereen toen had.
Morgen maar weer lekker flexen!?