verhalen

Chef en Maat

In een kleine rivier net over de grens tussen Frankrijk en Zwitserland waden mijn zoontje en ik door het koude water. We zijn op avontuur en maken daarbij gebruik van onze alter ego's. Hij is Chef en ik ben Maat. Die namen bedachten we toen we eerder deze week de tuin van ons vakantiehuis besproeiden. Sindsdien gaan Chef en Maat dagelijks op avontuur.
Als we glibberend over de gesleten stenen een bochtje omgaan, zie ik in de verte iets raars. 'Wat is dat nou? Wat stroomt daar zo hard?' Roep ik uit. 'Het lijkt wel... geloof het of niet Chef, maar dat is een joekel van een rivier!' Haaks op ons vredige bergstroompje, met keien en kraakhelder water tot maximaal kuithoogte perst een gigantische blauwgroene rivier zich met een rotvaart door een enorme bedding. Ik ga op mijn hurken zitten om te controleren of Chef wel alles kan zien. Hij kruipt wat dichter tegen me aan en met een dun stemmetje zegt hij: 'Wij blijven voor altijd samen hè, Maat?'
Ik moet weer aan de man denken die we zojuist passeerden. Net te lang was hij, net te dun. Hij had daar gezeten, niet oud en ook niet jong, met z'n knieën opgetrokken. Zijn benen maakten een hoek van negentig graden. Een macho-houding voor mannen met een te groot kruis, althans de illusie daarvan. De pose paste hem niet. Terwijl hij zenuwachtig een shaggie rolde, ontweek zijn schichtige blik de mijne. Maar dat was allemaal niet de aanleiding van mijn ergernis geweest. Ik was van slag geraakt door de eenzaamheid die deze man uitstraalde. Zijn onzichtbaarheid. De andere mensen op de oeverstrandjes keken gewoon door hem heen. Ik kon hem er bijna om haten. Tot ik me realiseerde dat het mijn eigen angst was niet gezien te worden. Mijn eeuwige angst vergeten te worden in al zijn hevigheid weerspiegeld in het magere lijf en het ongemakkelijke gegluur van de onbekende man. Hij kon er helemaal niets aan doen.
Ik kijk weer naar de wilde vloed. Mijn onredelijkheid probeer ik met de stroom mee te laten drijven. Ik pak het handje van Chef iets steviger vast en voorzichtig lopen we naar het kiezeleilandje in de punt van de monding.
'Voor altijd, Chef.'