verhalen

abstract en figuratief

In de beeldende kunst wordt 'abstract' gedefinieerd als: niets herkenbaars afbeeldend, afstand nemend van de werkelijkheid, fundamentele structuren afbeeldend.
Figuratief is: volgens de werkelijkheid, realistisch, iets herkenbaar uitbeeldend.  

Abstract
Veel mensen zeggen 'abstract' en 'figuratief' alsof het twee tegenovergestelde richtingen zijn. Dat kun je niet zo zwart-wit stellen. In 'non-figuratieve' kunstwerken wordt niets zichtbaars afgebeeld. Kandinsky en Klee begonnen daarmee door te schilderen hoe zij muziek ervoeren. Er bestaan ook werken waarmee de kunstenaar echt niets wil afbeelden.
Abstracte kunst beeldt eigenlijk wel wat af. Het beeld is niet (direct) herkenbaar. Het kan iets zijn dat niet zintuiglijk waarneembaar is, zoals een emotie. Het kan een vervorming (abstractie = aftreksel) van de werkelijkheid zijn. Het 'kubisme' ontstond door vormen uit de zichtbare werkelijkheid te abstraheren tot geometrische vormen. Mondriaan laat in zijn werken duidelijk die ontwikkeling zien. Hij begon met zeer realistische portretten en landschappen. Zijn stijl ontwikkelde zich, via geabstraheerde maar nog herkenbare vormen, naar de beroemde lijnen met kleurvlakken.  

Figuratief
Figuratieve kunst is ruimer dan alleen 'realisme'. In het realisme wil de kunstenaar de zichtbare werkelijkheid zo exact mogelijk weergeven. Hij kan hulpmiddelen gebruiken, zoals foto's. Bij 'foto-realisme' leidt dat tot werken die net een foto lijken. Sommige kunstenaars gaan zo ver dat ze van oude foto's zelfs vlekken en beschadigingen afbeelden.
Ook 'plein air' kunst is figuratief. Op locatie (buiten) beeldt de kunstenaar af wat hij daar zag. Lichtval en kleuren wisselen steeds, bepaalde elementen zijn in beweging, daarom is een 'plein air' kunstwerk nooit als een foto. De 'impressionisten' begonnen hiermee, eind negentiende eeuw. De kunstenaars geven in grove penseelstreken en beperkt kleurenpalet een snelle indruk (impressie). Maar je kunt direct zien wat het kunstwerk voorstelt.
Een andere figuratieve stroming maakt kunst als versiering. Bloemen, dieren, mensen, dingen worden tot een vlakvulling verwerkt. Dit gebeurde in de traditionele volkskunst, om gebruiksvoorwerpen te beschilderen. In de hedendaagse kunst zie je dit in schilderijen met uitvergrote vormen in felle kleurvlakken. De vormen zijn vaak, als in cartoons, omlijnd.
Dat is de link tussen figuratieve en abstracte kunst. Vanuit realisme worden vormen vereenvoudigd, je gaat richting 'kubisme': vormen worden zo vervormd dat de realiteit onherkenbaar wordt. Of je gaat richting 'fauvisme' en 'expressionisme': in felle kleuren, grove lijnen of verfspatters herken je nauwelijks elementen uit de realiteit. De kunstenaar wou vooral zijn beleving van de realiteit uitdrukken (expressie).